
Het is bijna nooit overdag dat je dit opzoekt. Het is ’s avonds. Of midden in de nacht. Je kind voelt ineens warm, huilt anders dan normaal of wordt wakker en je denkt meteen: dit klopt niet. Je legt nog een keer je hand op dat voorhoofd, pakt je telefoon en begint te zoeken.
Ik heb daar zo vaak gezeten. Twijfelend. Nog een keer kijken. Nog een keer voelen. En ondertussen maar knuffelen, knuffelen, knuffelen. En je hoopt dat iemand gewoon even zegt: dit is normaal, of: dit moet je doen.
Twijfel je of je met je kind naar de huisarts moet? Veel ouders zoeken wanneer ze moeten bellen bij ziekte, koorts of een ongeluk. In dit artikel heb je kunnen lezen wanneer je direct moet bellen en wanneer je het even kunt aankijken.
Wanneer moet je direct de huisarts bellen?
>Soms voel je het meteen: dit is niet oké.
Je kind reageert anders, ziet er anders uit of je schrikt gewoon van wat je ziet. In dat soort situaties moet je niet te lang nadenken, maar gewoon bellen.
Bel direct als je kind bijvoorbeeld:
- moeilijk of snel ademt
- suf is of moeilijk wakker te krijgen
- niet reageert zoals je gewend bent
- een grauwe of blauwe kleur krijgt
- blijft overgeven en niets binnenhoudt
- een koortsstuip krijgt
- ontroostbaar is van de pijn
- na een val op het hoofd suf wordt of moet overgeven
Dit zijn van die momenten waarop je achteraf nooit wilt denken: had ik maar gebeld.
De twijfelgevallen (waar je meestal in zit)
In de praktijk zit je hier veel vaker.
Je kind heeft koorts, maar speelt tussendoor nog een beetje. Of het klaagt over buikpijn, maar wil ook nog een koekje. Of het is gevallen en heeft een bult, maar lijkt verder prima.
En dan begint het twijfelen.
In veel gevallen mag je het even aankijken. Zeker als je kind nog drinkt, reageert zoals je gewend bent en niet zieker lijkt te worden.
Maar er zijn ook situaties waarin je beter dezelfde dag even kunt overleggen met de huisarts.
Bijvoorbeeld als:
- je kind al een paar dagen koorts heeft
- pijn blijft houden (zoals oorpijn of buikpijn)
- een wond diep is of blijft bloeden
- je kind weinig drinkt of eet
- je denkt: dit gaat niet de goede kant op
En dan is er nog iets wat je niet in een lijstje kunt vangen…
Als je voelt: dit klopt niet
Soms is er geen duidelijke reden. Geen hoge koorts. Geen extreme klachten.
Maar je kind is anders.
En dat zie je als ouder meteen. Misschien kun je het niet goed uitleggen, maar je voelt het. Je kind reageert anders, kijkt anders, is stiller of juist onrustiger dan normaal.
Dit is het moment waarop veel ouders aan zichzelf gaan twijfelen.
Stel ik me aan?
Moet ik gewoon wachten?
Maar dit gevoel is belangrijker dan je denkt.
Je hoeft niet te kunnen uitleggen wat er mis is.
Het is genoeg dat jij ziet dat je kind anders is dan normaal.
Als jij denkt: dit klopt niet…dan mag je altijd bellen!
Wat als je je niet serieus genomen voelt?
Soms bel je of ga je langs, en krijg je te horen dat het meevalt. Dat je het even moet aankijken.
En vaak is dat ook zo.
Maar soms ga je naar huis en denk je: dit voelt nog steeds niet goed.
Wat dan helpt, is dat je het ook zo benoemt. Niet alleen de klacht, maar je gevoel.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen:
- dat je kind echt anders is dan normaal
- dat je het niet vertrouwt
- dat je graag wilt dat er nog een keer gekeken wordt
Vraag ook altijd wat je moet doen als het erger wordt en wanneer je opnieuw moet bellen.
En als je thuis bent en het gevoel blijft, bel dan gewoon nog een keer.
Dat is niet overdreven. Dat is zorgen voor je kind.
Wanneer hoef je niet naar de huisarts met je kind?
Gelukkig zijn er ook veel momenten waarop het gewoon goed gaat.
Een verkoudheid, een beetje koorts, een schaafwond of een kleine val horen er nu eenmaal bij. Als je kind nog drinkt, reageert zoals je gewend bent en niet zieker lijkt te worden, kun je het vaak even aankijken.
Wat helpt, is om niet alleen naar de klacht te kijken, maar naar het totaalplaatje.
- Drinkt je kind nog?
- Reageert het zoals je gewend bent?
- Wordt het beter of slechter?
Dat zegt vaak meer dan één symptoom.
Dit wil je onthouden
Je hoeft het niet perfect te doen.
Je hoeft niet eerst zeker te weten wat er aan de hand is voordat je de huisarts belt. En je hoeft niet te wachten tot het “erg genoeg” is.
Als jij denkt: ik vertrouw het niet, dan is dat al genoeg.
Liever een keer te vaak bellen dan een keer te laat.
Lees ook
- Tand door de lip bij een kind: wat moet je doen?
- Bult op het hoofd bij een kind: wanneer is het gevaarlijk?
- Koorts bij een kind: wanneer moet je naar de huisarts?
- Driftbui kleuter: wat moet je doen?










