
Het is 17:12. Je moet koken, je hebt slecht geslapen, en je kleuter wil de rode beker. Niet de blauwe. Niet de groene. De rode. Maar die zit in de vaatwasser. En dan gebeurt het. Gillen. Op de grond liggen. Schoppen. Huilen alsof de wereld vergaat.
Driftbui.
En ergens tussen het koken, het huilen en je eigen irritatie door denk je: wat moet ik hier in hemelsnaam mee?
Als je dit herkent: je bent niet de enige. Driftbuien bij kleuters zijn normaal. Maar normaal betekent niet dat het makkelijk is. Want driftbuien kunnen echt verschrikkelijk zijn.
In dit artikel lees je waarom kleuters driftbuien hebben, wat je moet doen tijdens een driftbui en wat je vooral niet moet doen.
Waarom heeft een kleuter driftbuien?
Een kleuter heeft niet elke driftbui om jou te pesten. Het voelt soms wel zo, maar meestal zit er iets anders achter.
Kleuters krijgen driftbuien omdat:
- ze moe zijn
- ze honger hebben
- ze overprikkeld zijn
- ze iets niet mogen
- iets niet lukt
- ze geen controle hebben
- ze hun gevoel nog niet goed kunnen uitleggen
- alles op een dag al “te veel” was
Een kleuterbrein is nog niet af. Ze voelen alles heel groot, maar kunnen daar nog niet goed mee omgaan. Dus wat gebeurt er? Ontploffing.
Veel driftbuien gebeuren daarom ook op vaste momenten:
- na school
- aan het eind van de middag
- voor het slapen
- in de supermarkt
- als je weg moet
- als iets niet mag
Wat moet je doen tijdens een driftbui?
Dit is het moeilijke deel. Want dit is het moment waarop je zelf ook boos kunt worden.
Wat helpt tijdens een driftbui:
- Blijf zelf zo rustig mogelijk
Je kind leent jouw zenuwstelsel. Als jij gaat schreeuwen, wordt de driftbui erger. - Praat weinig
Tijdens een driftbui hoort je kind je bijna niet. Dus geen lange uitleg. Korte zinnen werken beter.
Bijvoorbeeld:
“Ik zie dat je boos bent.”
“Ik ben hier.”
“Het is oké.” - Zorg dat je kind zich niet pijn doet
Sommige kinderen slaan, gooien of bonken met hun hoofd. Haal dingen weg of houd je kind rustig vast als dat nodig is. - Blijf in de buurt
Niet straf wegsturen naar de kamer tijdens een driftbui. Je kind heeft op dat moment juist hulp nodig om weer rustig te worden. - Wacht tot de storm voorbij is
Een driftbui moet vaak gewoon even eruit. Het is een ontlading.
Wat je beter niet kunt doen
Dit maakt driftbuien vaak erger:
- Schreeuwen
- Dreigen
- Straffen tijdens de driftbui
- In discussie gaan
- Alles toegeven om het maar te stoppen
- Zeggen: “Stel je niet aan”
- Zeggen: “Grote jongens/meisjes huilen niet”
Wat je kind eigenlijk zegt met een driftbui is:
“Ik kan dit gevoel nog niet zelf stoppen.”
Wat helpt om driftbuien te verminderen
Je kunt driftbuien niet helemaal voorkomen, maar je kunt ze wel minder maken.
Wat vaak helpt:
- Op tijd eten geven
- Op tijd naar bed
- Niet te veel afspraken op één dag
- Waarschuwen voordat je weggaat: “Nog 5 minuten spelen, dan gaan we”
- Keuzes geven: “Wil je de rode of de blauwe beker?”
- Vaste routines
- Na school eerst rust
- Soms gewoon eerder naar bed (werkt hier verrassend goed)
Veel driftbuien zijn eigenlijk gewoon: moe + honger + overprikkeld.
Na de driftbui
Als je kind weer rustig is, is dat het moment om te praten.
Niet tijdens de driftbui, maar erna.
Bijvoorbeeld:
“Je was heel boos net hè.”
“Je wilde de rode beker.”
“Boos zijn mag. Schoppen niet.”
“Volgende keer gaan we het anders doen.”
Zo leert je kind langzaam met gevoelens omgaan.
Even dit, van moeder tot moeder
Driftbuien zijn zwaar. Vooral als je moe bent, haast hebt of als mensen naar je zitten te kijken terwijl jouw kind krijsend op de grond ligt in de supermarkt.
Soms gaat het goed en reageer je rustig.
Soms niet en snauw je terug.
Dat maakt je geen slechte ouder. Dat maakt je een mens.
Kleuters hebben geen driftbuien omdat je iets fout doet.
Kleuters hebben driftbuien omdat ze kleuters zijn.
Het wordt echt beter. Maar in de tussentijd: adem in, adem uit, en bedenk dat je niet de enige bent die om 17:12 in de keuken staat met een krijsend kind.










